Een witte villa in een rustige Bredase wijk. Aan de buitenkant wijst niets op de bijzondere functie van deze woning. Binnen geven hulpverleners en vrijwilligers de maximaal zes ernstig zieke bewoners een zo prettig mogelijke laatste fase van hun leven.
“Het woord hospice komt van het Latijnse hospitium, dat staat voor gastvrij onderdak bieden. In de middeleeuwen werd, meestal door kloosters, onderdak geboden aan mensen die nergens terecht konden zoals gehandicapten en alleenstaande moeders”, vertelt Sylvia van der Noll, Manager Hospice Breda. “Een hospice in deze tijd biedt mensen een plek om de laatste maanden van hun leven in een huiselijke sfeer door te brengen.”
Thuis
Om de huiselijkheid te benadrukken, kunnen bewoners hun kamer inrichten zoals ze zelf willen met eigen meubelstukken, foto’s en schilderijen. “Soms komen er ook huisdieren mee, zoals een hond, kat of konijn, dat vinden we geen probleem. Het hospice is immers een verplaatste thuissituatie”, aldus Marjon Jonkheer (48), een van de twaalf verpleegkundigen die hier werken. “Familie kan blijven slapen en voor de partner wordt er een bed naast de patiënt gezet. Intimiteit is juist in deze periode zo belangrijk. Wij respecteren de privacy, bewoners kunnen zelfs hun kamerdeur op slot doen als ze daar behoefte aan hebben.”
Complementaire zorg
Marjon en vrijwilliger Klaartje Middelman (58) zijn al vanaf de opening in 2000 in het Hospice Breda actief. “De meeste bewoners zijn uitbehandelde kankerpatiënten. Thuis verzorgd worden kan niet, om wat voor reden dan ook. Soms is de partner overbelast geraakt of is er geen familie in de buurt. In dit hospice hebben bewoners alle vrijheid om, ieder op zijn of haar eigen manier, afscheid te nemen van het leven”, aldus Klaartje. “Wij bieden ook complementaire zorg: een aanvulling op de gewone verpleegkundige zorg. Denk daarbij aan massages, het gebruik van etherische oliën, klankschalen en Reiki. Wij bieden dit de bewoners aan: alles mag, niets hoeft”, legt Marjon uit. Klaartje is een van de vrijwilligers met een Reiki-opleiding: “Reiki is energie doorgeven. Iedereen kan het leren, het is niet zweverig. Bij veel mensen werkt het ontspannend of ze krijgen er energie van.”
Achtergronden
De verpleegkundigen die hier werken komen van oncologische ziekenhuisafdelingen en uit de wijkverpleging. Marjon: “Ik kom uit de thuiszorg en was daarin al bekend met de terminale, palliatieve zorg. Via de werkgroep die het hospice heeft voorbereid, ben ik hier aan het werk gegaan.” De zorg in het hospice is anders dan thuiszorg, vindt Marjon: “Je bent hier met zorg bezig én met de randvoorwaarden. Het huishouden moet draaien. Daarbij krijgen we de onmisbare ondersteuning van bijna twintig vrijwilligers. Niet alleen in de huishoudelijke taken maar ook bij de verzorging.”
Ook de vrijwilligers hebben allerlei achtergronden: “Er zijn vrijwilligers met een medische achtergrond, uit het maatschappelijk werk en de psychiatrie, maar ook een buschauffeur en huisvrouwen. Ieder heeft interesse in de stervensbegeleiding”, legt Klaartje uit. “Tijdens een sollicitatiegesprek vragen we nieuwe vrijwilligers naar hun motivatie en verwachtingen. Mensen melden zich tot nu toe spontaan aan.” De vrijwilligers werken volgens een rooster: “Een tot twee keer per week een dagdeel”, aldus Klaartje. Na een inwerkperiode gaan de vrijwilligers pas op cursus. “Dat is bewust gedaan om mensen eerst zelf te laten ervaren. Het is soms zwaar maar ook prachtig werk: je geeft een deel van jezelf en je krijgt er iets voor terug. Die balans is heel belangrijk.”
Favoriete hapjes
In het Hospice Breda is 24 uur per dag verpleegkundige hulp aanwezig. “Overdag zijn er twee verpleegkundigen en een vrijwilliger, ’s avonds is het één om één. ’s Nachts heeft er altijd een verpleegkundige dienst, die in noodgevallen de oproepdienst van de thuiszorg kan inschakelen, maar dat gebeurt vrijwel nooit”, aldus Marjon. Voor eten wordt gezorgd, maar familie mag ook zelf koken in de ruime keuken van het hospice. “Veel bewoners eten nauwelijks meer. We verstrekken een broodmaaltijd en kunnen warme maaltijden van het Baronieziekenhuis krijgen. Familie brengt favoriete hapjes mee voor de bewoners en soms wordt er frites gehaald.”
Toekomstige bewoners worden aangemeld door de huisarts of thuiszorg. “De meesten zijn al wat ouder, maar we hebben ook wel eens bewoners van 25 of 30 jaar”, vertelt Marjon. Niet iedereen die dit wil, kan in het hospice terecht. “We hebben zes kamers en je weet van tevoren natuurlijk niet hoe de bezetting is. Van iedere aanvrager weten we dat de terminale fase van het leven is aangebroken, dat wil zeggen dat de behandelend arts heeft verklaard dat het levenseinde binnen drie maanden wordt verwacht.” Een enkele keer zitten de artsen er naast: “Vooral bij tumoren in het hoofd is het moeilijk een voorspelling te doen. Soms verbetert iemands toestand en gaat de bewoner weer naar huis. Maar dit is uitstel en geen afstel.”
Geen haast
In het Hospice Breda staat de bewoner helemaal centraal. “Zelfs wanneer iemand niet meer aanspreekbaar is, richten we ons tot de patiënt, we vertellen altijd wat we gaan doen. Je weet nooit hoeveel iemand nog opvangt, dat is vooral belangrijk om te weten voor familie die met elkaar praat in de kamer van de bewoner”, vertelt Marjon.
Hoewel de dood in het hospice dichtbij is, gaat er geen dag voorbij zonder dat er wordt gelachen: “Als er dingen verkeerd gaan of iemand een opmerking maakt. Zelfs in de laatste uren van iemands leven, kun je nog plezier hebben met elkaar”, is de ervaring van Marjon.
Het werk is niet altijd gemakkelijk: “We nemen de tijd om even stil te staan bij de dag, zodat je al je emoties kwijt kunt. Je moet iets van jezelf laten zien tijdens een intensief proces”, is de mening van Marjon.
“Ik heb het gevoel dat ik hier met de essentie van het leven bezig ben”, aldus Klaartje. “Ik heb wel moeten wennen aan het afscheid nemen van de bewoners, de eerste keren is dat moeilijk, maar het blijft prachtig werk om te doen. En ik vind het prettig dat de klok hier niet regeert. Je kunt zo veel aandacht geven aan de bewoners als gewenst is.” “Wij zijn opvulling van wat mensen thuis zelf niet aankunnen”, voegt Marjon toe. “Thuis kunnen sterven blijft het beste, maar het Hospice Breda is een goed alternatief als dat niet kan”, besluit Sylvia.
Bron: DELA
www.dela.nl